Communicatiemethoden EMB

Communicatiemethoden voor mensen met EMB

Mensen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB) hebben vaak moeite met het spreken en begrijpen van gesproken taal. Ze gebruiken geen gebarentaal en kunnen niet altijd eenvoudig wijzen of bewegen om te communiceren. Daarom zijn communicatiemethoden speciaal ontwikkeld om hen te helpen effectief te communiceren met hun omgeving.

Voor wie zijn deze methoden?

Deze communicatiemethoden zijn bedoeld voor mensen met ernstige meervoudige beperkingen en hun naasten. Ze zijn ontwikkeld om de communicatie tussen deze mensen en hun omgeving te verbeteren.

Wat brengt het je?

Een betere communicatie met mensen met EMB kan voor meer begrip en interactie zorgen. Het stelt hen in staat om op hun eigen manier te reageren en contact te maken, wat essentieel is voor zowel henzelf als voor hun familie en verzorgers.

Hoe werken deze methoden?

Er zijn verschillende communicatiemethoden beschikbaar, elk ontwikkeld vanuit disciplines als orthopedagogiek, psychologie, logopedie, taalwetenschappen of revalidatie. Sommige van deze methoden zijn wetenschappelijk getest. Op communicatiemethoden emb.nl vind je een overzicht en uitleg van de verschillende technieken.

Waar kun je meer info krijgen?

Voor meer informatie of als je vragen hebt over deze communicatiemethoden, kun je terecht op deze website. Hier vind je uitgebreide informatie over de beschikbare methoden en hoe deze kunnen worden toegepast.

Help ons deze website te verbeteren

Heeft deze website je helpen vinden wat je zocht?

Alvast bedankt voor je hulp!

Wat we met je gegevens doen
We gebruiken de gegevens die je hier invult om onze website te verbeteren.
Als je je e-mailadres opgeeft, gebruiken we dat alleen om verduidelijking van je te krijgen over je inzending.

Wegwijzer EMB kan de kwaliteit van de aangeboden diensten en producten niet altijd goed beoordelen en hiervoor dus geen verantwoordelijkheid dragen. Wees bij het betrekken van diensten en producten bij je ondersteuning dus altijd kritisch en vraag eventueel na bij lotgenoten en collega’s.